homerun 27 & 28 juni 2020
kinderfonds

Log in

Al 8.411 Euro gedoneerd!
Teams: 16

‘Binnenstappen in het Huis voelde als een warm bad’

Jan, het zoontje van Marie-Louise en Hubèr, werd met 31 weken te vroeg geboren. Na zijn geboorte logeerden zijn ouders in Ronald McDonald Huis Sophia Rotterdam, terwijl Jan op de NICU lag. Dat verblijf maakte een onuitwisbare indruk op hen.

Marie-Louise: “De hele zwangerschap van Jan sukkelde ik een beetje. Eigenlijk was de weg daar naartoe al niet makkelijk: na vier miskramen bleek na een MRI dat mijn baarmoeder bekleed was met meerdere kleine vleesbomen, waardoor een vruchtje zich niet goed kon hechten. Zwanger raken was daardoor bijna onmogelijk. Na een ivf-traject, waarbij de gynaecoloog het embryo op de best mogelijke plek terugplaatste, lukte dat uiteindelijk toch. Tijdens de zwangerschap had ik erge steken in mijn buik en, naarmate de zwangerschap vorderde, kon ik bijna niet meer lopen. Het was een combinatie van allemaal dingen die niet zo liepen als dat je hoopt: de placenta lag aan de voorkant, littekenweefsel van een eerdere nieroperatie zat in de weg, er kwamen ineens twee grote vleesbomen bij en als klap op de vuurpijl kreeg ik een zware vorm van zwangerschapsvergiftiging. Met 27,5 weken werd ik opgenomen in het Sophia Kinderziekenhuis, omdat uit een groei echo bleek dat Jan niet meer groeide. Ik kreeg daar spuiten voor het rijpen van zijn longetjes en verplichte bedrust. We hebben het samen nog tot 31 weken volgehouden, toen verslechterde de situatie. Op 3 februari 2017 werden wij ouders van Jan, hij woog toen slechts 1.050 gram.”

Onuitwisbare indruk

“Na een verblijf van een paar dagen op de kraamafdeling mocht ik naar huis, terwijl Jan nog op de NICU lag. Om toch dicht bij hem te zijn konden we terecht in het kraamhotel van het Sophia. Daar bleven we twee dagen, waarna we onze intrek namen in het Ronald McDonald Huis. Daar binnenstappen voelde als een warm bad. We logeerden er maar kort, maar die korte tijd heeft zo’n onuitwisbare indruk op ons gemaakt. Dat zegt denk ik al genoeg. Hoe de vrijwilligers daar voor ons klaarstonden; hoe we niets hoefden uit te leggen. Dat zullen wij ons altijd blijven herinneren.” Hubèr vult haar aan: “Ons kind achterlaten in het ziekenhuis was heel moeilijk. Maar dat we door het Huis zo dicht bij hem konden zijn, zelfs midden in de nacht, is fantastisch.”

Ons eigen ritme

Marie-Louise: “Tijdens deze kwetsbare periode vond ik het belangrijk dat we in hetzelfde ritme als thuis konden blijven: zelf koken, zelf wassen. Dat biedt houvast. Het Huis is daar perfect voor. Het voelt echt als thuis. Na een paar dagen mocht Jan van de NICU af en werd hij overgeplaatst naar het ziekenhuis in Breda. Daar lag hij nog zeven weken. We hebben ontzettend veel geluk gehad dat we maar kort in het Huis hoefden te slapen, van sommige ouders hoorden we dat zij er soms maanden logeerden. Bij Jan is het ook spannend geweest en hij heeft echt wel moeten knokken. Maar als ik terugkijk, besef ik goed dat we in onze handen mogen knijpen.”

Iets terugdoen voor het Huis

“In [t]Huis lazen we over de HomeRun”, vertelt Hubèr. “Vanaf het moment dat we het Huis verlieten, wilden we al iets terugdoen en dit was de uitgelezen kans. We zijn al voorzichtig begonnen met trainen. Met ons hele gezin gaan we deze uitdaging aan. Ik heb drie kinderen uit een eerdere relatie. Zij maakten deze periode in het ziekenhuis heel bewust mee en voelen zich dus ook betrokken. Laatst stonden we met zijn allen op de rommelmarkt om geld op te halen voor HomeRun. Dat is toch geweldig?”

Jan Koekenpan

Marie-Louise: “Onze teamnaam was snel bedacht: Jan Koekenpan! In het ziekenhuis trok Jan steeds de sonde uit zijn neus, en dan riepen wij tegen hem: ‘Jan, wat ben je toch een koekenpan’, haha. Tijdens de HomeRun zullen we even stoppen bij het Huis in Rotterdam. Stilstaan bij ons eigen verhaal en bij al die kinderen en ouders die daar zijn geweest, of daar nu logeren. We zien niet op tegen het lopen: kinderen in het ziekenhuis zijn zo stoer, daar is die 24 kilometer niks bij.” Hubèr: “Jan is nu twee jaar en het gaat heel goed met hem. Hij is net begonnen met kletsen en we genieten enorm van hem. We zien HomeRun echt als een positieve afsluiting van een bijzondere tijd.”

Tekst: Alexandra Alphenaar en Lisa Becker