homerun 26 & 27 juni 2021
kinderfonds

Log in

Al 217.218 Euro gedoneerd!
Teams: 36

Rennen voor je tweede thuis

Met 150 nachten in Huis Utrecht achter de kiezen kun je Bastiaan en Hilde rustig oudgedienden noemen. “We gunnen iedereen de steun en warmte van zo’n tweede thuis. Daarom doen we met Team Melle mee aan HomeRun. We hebben onze nachten al terugverdiend, nu bouwen we tegoed op”, lacht Bastiaan.

Al zes jaar zijn Melle en zijn ouders met grote regelmaat in het Wilhelmina Kinderziekenhuis te vinden. Melle is meervoudig gehandicapt en wordt regelmatig opgenomen als het niet goed met hem gaat. “Een simpele verkoudheid kan al twee weken ziekenhuis betekenen”, vertelt Bastiaan. “Als Melle weer vrolijk is en lacht, mag hij weer mee naar huis. Ondertussen slapen wij vlakbij in het Huis.”

Ook Melle zelf logeerde een paar keer in het Huis, na de geboorte van zijn zusje. “Niene werd geboren met een dubbele hartafwijking, waar de artsen uiteindelijk niks meer aan konden doen. Na dit nieuws vonden we voor onze slaapkamer een Kinderfondsknuffel met Nienes naam erop geborduurd. Zo bijzonder hoe iedereen meeleefde met ons. We namen Niene mee naar huis en daar is ze overleden.”

Kniepertjes en mutsjes

Voor Bastiaan, Hilde en Melles zusje Wende is het Huis de afgelopen jaren hun tweede thuis geworden. En dat zal nog wel even zo blijven. “We gunnen dit iedereen, daarom doen we met Team Melle mee aan HomeRun”, vertelt Hilde. “Iedereen draagt zijn steentje bij, door hard te lopen of door geld in te zamelen met diverse acties zoals wijnverkoop. Ook de goededoelenmarkt op de school waar ik lesgeef, bracht veel op. De grootste hit waren mijn moeders zelfgebakken kniepertjes, die er met kilo’s tegelijk doorheen vlogen. Maar de prachtige babypakjes en -mutsjes, voor zowel newborn- als prematuurkindjes, die Melles tante Thysia maakt, doen het ook heel goed.” Bastiaan lacht: “We hebben onze vele nachten in het Huis al terugbetaald met het binnengehaalde bedrag. Nu ‘sparen’ we verder om ook alle volgende nachten dicht bij Melle te kunnen zijn.”

Tekst: Linda Blankenstein